Geschiedenis
Een eeuw Vlaamse Club, van 1923 tot vandaag
De oprichting
De Vlaamse Club voor Kunsten, Wetenschappen en Letteren werd opgericht op 5 juli 1923 te Brussel. De naam luidt van bij het begin in het meervoud, zoals overgeleverd in het archief.
Het initiatief liep aanvankelijk vast op onenigheid. Ernest Claes bracht de groep opnieuw samen; onder zijn impuls kwam de oprichting rond. De stichters waren onder meer August Vermeylen, Herman Teirlinck, Ernest Claes, Frans van Cauwelaert, Louis Franck, Edward Anseele, Julien Kuypers, Omer Wattez, Julius Hoste en beeldhouwer Jules Lagae — schrijvers, wetenschappers, politici van verschillende strekkingen en kunstenaars, samen rond één taal en één cultuur.
Het doel was de verzuiling in het Vlaamse gemeenschapsleven te doorbreken en een tegenwicht te vormen voor de Franstalige culturele en wetenschappelijke organisaties in Brussel. De bewust gekozen vorm was de club: vriendschappelijke ontmoetingen van mensen die elkaar kennen, waarderen en elkaars opinie respecteren.
De Club geldt als wieg en wegbereider van het Algemeen Nederlands Verbond in België en van wat daaruit voortkwam, tot de Taalunie toe. De werking begon van bij het begin: vanaf 1 oktober, tien maanden lang, elke maandagavond. Het eerste jaar las men vooral voor uit eigen werk. Van bij de aanvang was er een barhouder voor drank en sigaren — de praatavonden konden niet zonder bar.
In de jaren dertig bereikten de lezingen een hoog intellectueel niveau, met sprekers als Edmond Rubbens. Eind jaren veertig kwamen er toneelavonden, een kinderkerstfeest, daguitstappen en tentoonstellingen in het lokaal. Buitenleden — Vlamingen van buiten Brussel — betaalden half lidgeld. Voor jongeren was de club lang ontoegankelijk door de hoge bijdrage; vandaar de omvorming van een gesloten, elitaire club tot een club van vrienden.
De twaalf clubhuizen
1923
E. Jacqmainlaan
1924
Kreupelstraat
1925
Adolf Maxlaan — samen met de Jubileum Club 1923
1932-1938
Montoyerstraat 20 — eerste eigen lokaal
1938-1953
Emile Jacqmainlaan 121, boven Standaard Boekhandel
1953-1982
H. Consciencegebouw
1982-1996
Molenaarshuis / De Windmolen, Grote Markt 16
1996-2000
Het Manneken, Boterstraat 42
2001
De Hertogen van Brabant, Grote Markt
2001-2011
Den Cruywaeghen, Grote Markt 2
vanaf 2011
Spiegelzaal, De Markten
vandaag
Holland House Brussels, Aarlenstraat 20
Van de E. Jacqmainlaan in 1923 tot de Spiegelzaal van De Markten en vandaag Holland House Brussels.
Onze voorzitters
Sinds 1923 gingen eenentwintig ambtstermijnen aan dit bestuur vooraf, verdeeld over twintig voorzitters.
- 1923–1929
August VermeylenStichter
- 1929–1930
- 1930–1932
Irénée van der Ghinst
- 1932–1941
Julien Kuypers
- 1941–1945
August Ghijsels
- 1945–1946
Julien Kuypers
Tweede ambtstermijn.
- 1946–1947
Fernand Toussaint van Boelare
- 1947–1954
- 1954–1964
- 1964–1965
- 1965–1971
Marcel Luwel
- 1971–1974
Jeroom Depraetere
- 1974–1976
Ivo De Nijs
- 1976–1982
Jos Vleugels
- 1982–1989
Georgette van Straelen-van RintelEerste vrouw
- 1989–1995
Achiel Samoy
- 1995–2006
Eduard Celens
- 2006–2007
Fernand Brouwers
- 2007–2009
Yvette van Olst
- 2009–2012
Willy van de Borne
- 2012–2020
Walter De Decker
Julien Kuypers bekleedde het ambt tweemaal, van 1932 tot 1941 en opnieuw van 1945 tot 1946 — vandaar 21 ambtstermijnen voor 20 personen. Met Marc Rabaey en John Wubbe erna is de telling sluitend.
Vrouwen in de club
In 1947-1948 traden de eerste vrouwelijke bestuursleden toe: Martha De Grauwe en Bertha Blancquart. In 1982 werd Georgette van Straelen-van Rintel de eerste vrouwelijke voorzitter, een ambt dat zij tot 1989 bekleedde. In 2007-2009 was Yvette van Olst voorzitter.
Eigen publicaties
De club gaf een eigen tijdschrift uit: Tijdingen vanaf clubjaar 1971/72, opgevolgd door het maandblad Ons Brussel vanaf oktober 1980, onder impuls van Achiel Samoy.
In januari 1977 vond de eerste poëzieavond plaats op initiatief van Jos Vleugels. Die groeide uit tot de Poëziewedstrijd van de Vlaamse Club Brussel, vanaf 1980 op Europees niveau, met jaarlijkse bundeling van de gelauwerde gedichten.
Het archief
De Vlaamse Club bezit een eigen archief van ongeveer 5,25 strekkende meter, dat tussen 1985 en 1992 in bewaring werd gegeven bij het Archief en Museum voor het Vlaams leven te Brussel. Het AMVB is bewaarnemer; het archief blijft eigendom van de Club, evenals de intellectuele rechten erop.
Verhalen uit het archief
Maart 1927
Vermeylen nam ontslag na een incident op de Van Wijngaerdt-receptie. Twee leden, waaronder R. Hoornaert, volgden uit sympathie. De oorzaak is nooit achterhaald. Hij bleef uiteindelijk voorzitter tot 1929.
1947-1948
De eerste vrouwelijke bestuursleden, Martha De Grauwe en Bertha Blancquart.
1973, vijftig jaar
Een ere- en steuncomité met A. Van Acker (minister van Staat, kamervoorzitter), R. Vandekerckhove (voorzitter Cultuurraad), ministers, ambassadeurs, gouverneurs en burgemeesters. De opening op 9 oktober met een Herdenkingsavond August Vermeylen en een academische zitting in de Gotische Zaal van het Brusselse stadhuis.
Januari 1977
De eerste poëzieavond op initiatief van Jos Vleugels, die uitgroeide tot de Poëziewedstrijd van de Vlaamse Club Brussel.
De Keure van Kortenberg — de echte basis van de burgerrechten

De Vlaamse Club streeft ernaar dat in de wereld bekend wordt dat de Keure van Kortenberg (1312) de echte basis van de burgerrechten is — en niet de Angelsaksische Magna Carta, die tussen edelen werd afgesproken. De Keure van Kortenberg werd afgedwongen door burgers en legde voor het eerst rechten en plichten van de vorst vast.
Samen met de Blijde Inkomst gaf ze de burgers het recht de vorst op zijn vastgelegde rechten en plichten te beoordelen — goed of af te keuren. Toen Filips II die rechten schond, brak in Brussel de opstand uit die leidde tot de eerste republiek in de wereld.
In die Nederlandstalige basis ligt de oorsprong van de Vlaamse Club: de nood om in de eigen moedertaal academisch te kunnen uitwisselen en bij te dragen aan de samenleving.